Gek genoeg gingen wij oefenen in een kelder onder autogarage Raggers in Oldemarkt. De harde betonnen kelder werd door ons bekleed met afgedankte rollen filtermateriaal voor afzuigkappen. In dit afzuig klimaat hebben wij vele uren geknutseld aan onze eigen muziek. Het moest natuurlijk bijzonder zijn. Wij maakten de nummers met zijn allen en dat was niet altijd even gemakkelijk, want voor dat iedereen het met elkaar eens is … Door de week werd er in Groningen gefilosofeerd over de stijl, de teksten en hoe alles anders moest. In het weekend sloten wij ons op in de kelder waar wij koortsachtig werkten aan het repertoire.

Het was de tijd van de galm en de echo die vooral werden gebruikt voor de zang en de snare. Ik herinner mij nog goed dat wij hier ‘The Great British Spring’ voor hadden. Een bijzonder apparaat van pvc in de vorm van een bazooka. Een ander fenomeen was de zogenaamde ‘Ted Module’ een bakje waarmee je een punt op de basedrum konden krijgen. Daarnaast maakten wij live gebruik van gitaarsynthesizers, (met de ARP AVATAR als absoluut hoogtepunt), een soort Octopad (drummodule waar je met stokken op kunt slaan) en de eerste ‘betaalbare’ polyfone synthesizers. (Roland JX3P, Korg PS3100). In de kelder bouwden wij ook een eigen studio. Het hart werd gevormd door een Fostex 8 sporen recorder. We kochten randapparatuur, microfoons en een mengpaneel en wij waren oprecht gelukkig in ons bedompte en vochtige paradijs.